Gelet op de universele mensenrechten, mag men niet zomaar iemands woning binnenvallen. Dit zal slechts in bepaalde zeer restrictieve gevallen mogelijk zijn op basis van de strafwet. Meer bepaald kunnen we drie soorten huiszoekingen onderscheiden.

De huiszoeking. Steeds toegestaan?


Huiszoeking vs. Recht op privéleven?

Het recht op het privéleven is uitdrukkelijk opgenomen in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het betreft dus een belangrijk mensenrecht, waar men niet zomaar afbreuk aan mag doen. Een onderdeel van dit privéleven, betreft de onschendbaarheid van de woning.

Gelet op de universele mensenrechten, mag men dus niet zomaar iemands woning binnenvallen. Dit zal slechts in bepaalde zeer restrictieve gevallen mogelijk zijn op basis van de strafwet. Meer bepaald kunnen we drie soorten huiszoekingen onderscheiden:

  • De huiszoeking met toestemming

  • De huiszoeking met huiszoekingsbevel door de onderzoeksrechter

  • De huiszoeking op heterdaad

Deze drie mogelijkheden worden hieronder uitgebreid besproken.


1. De huiszoeking met toestemming

In principe dient een huiszoeking te gebeuren binnen het strikt gereglementeerde gerechtelijk onderzoek. In bepaalde gevallen kan hiervan worden afgeweken, met name wanneer de bewoner toestemming geeft voor het uitvoeren van de huiszoeking. Er is in dit geval geen sprake van dwangmaatregel. De bewoner is nooit verplicht zijn toestemming te geven.

De toestemming kan enkel uitgaan van het 'hoofd van het huis', of wanneer deze afwezig is, van een andere hiertoe gemachtigde persoon. Diegene die toestemming moet geven, is de persoon die de onschendbaarheid van de woning geniet. Dit kan dus de eigenaar zijn, maar ook de huurder, onderhuurder, vruchtgebruiker, … De gemachtigde persoon kan bvb. een familielid zijn die toezicht hield op het huis wanneer de bewoner weg was.

De toestemming moet voorafgaand, vrij en met kennis van zaken gegeven worden. Men moet dus voorafgaand beseffen welke gevolgen de toestemming kan hebben.

In geval van een huiszoeking met toestemming, kan deze ook plaatsvinden tussen 09u00 ’s avonds en 05u00 ’s morgens. Dit zal bij de huiszoeking met bevel door de onderzoeksrechter niet mogelijk zijn.

De toestemming houdt in dat de woning doorzocht kan worden naar alle mogelijke misdrijven. Wanneer de politie bijvoorbeeld zegt dat zij op zoek zijn naar wapens, maar zij treffen in de woning verdovende middelen aan, kunnen zij hiervan ook een PV opmaken.

Wanneer een huiszoeking is uitgevoerd zonder geldige toestemming (en zonder dat er een huiszoekingsbevel of heterdaadprocedure gold), kan dit leiden tot procedurefouten. De resultaten die voortkomen uit de huiszoeking zullen dan minstens geweerd moeten worden uit het dossier. De procedurefout kan ook een weerslag hebben uit ander bewijsmateriaal dat eruit is voortgevloeid.


2. De huiszoeking met huiszoekingsbevel door de onderzoeksrechter

Enkel de onderzoeksrechter kan volgens de Belgische strafwet een huiszoekingsbevel verlenen. Het wetsvoorstel om deze macht tevens aan de Procureur des Konings te verlenen, doorstond de toets van het Grondwettelijk Hof niet. Een dergelijke verregaande inbreuk van het recht op privéleven kan enkel plaatsvinden door een door de onderzoeksrechter getekend bevel.

Enkel de onderzoeksrechter of de gedelegeerde officier van de gerechtelijke politie kan de huiszoeking uitvoeren. Een huiszoeking met bevel van de onderzoeksrechter kan enkel plaatsvinden tussen 05u00 ’s morgens en 21u00 ’s avonds. Tijdens de ‘nachtelijke uren’ dient de privacy van de mensen te worden gerespecteerd. In de praktijk zullen de meeste huiszoekingen met bevel plaatsvinden vanaf 05u00 ’s morgens.

In het huiszoekingsbevel moet correct vermeld staan waar de huiszoeking zal plaatsvinden. Ook de verdenking of tenlastelegging moet worden vermeld. De politiediensten zullen naar bewijsmateriaal op zoek gaan die te maken hebben met het op het bevel vermelde misdrijf.

Wanneer toevallig gegevens of bewijzen ontdekt worden die met andere strafbare feiten te maken hebben, moet de onderzoeksrechter de Procureur des Konings hiervan in kennis stellen. Deze gegevens zijn wel bruikbaar als bewijs. De Procureur zal beslissen of de onderzoeksrechter belast wordt met een aanvullend onderzoek naar de nieuwe feiten, of de Procureur kan ook beslissen de nieuwe feiten zelf te onderzoeken.

Wanneer de huiszoeking op onregelmatige wijze gebeurt – bijvoorbeeld bij een nietig huiszoekingsbevel of een overtreding van de toegelaten uren – zullen de resultaten uit het onderzoek geweerd moeten worden als onrechtmatig verkregen bewijs. Dit kan ook een effect hebben op latere bewijsvergaring die hieruit voortkomt.


3. De huiszoeking op heterdaad

De huiszoeking op heterdaad is een uitzonderingsprocedure wanneer er snel gehandeld moet worden en men niet kan wachten op een huiszoekingsbevel van de onderzoeksrechter. Huiszoeking bij heterdaad veronderstelt een huiszoeking tijdens of onmiddellijk na vaststelling van strafbare feiten. Het strafbaar feit of het misdrijf wordt dus ontdekt op het moment zelf of direct erna.

Voor de huiszoeking op heterdaad is geen toestemming nodig. Deze kan ook plaatsvinden in de ‘nachtelijke uren’, namelijk tussen 21u00 ’s avonds en 05u00.

De rechtspraak zal het begrip ‘heterdaad’ soms ruim interpreteren, wanneer de tijdspanne noodzakelijk was om tot de huiszoeking over te gaan (bijvoorbeeld pas na verhoor van het slachtoffer). De huiszoeking op heterdaad mag echter niet misbruikt worden om aan de verplichting van het afleveren van een huiszoekingsbevel voorbij te gaan. Er mag geen abnormale onderbreking zijn voordat de politie in actie komt.

Twee gevallen worden gelijkgesteld met de huiszoeking op heterdaad:

  • De verdachte wordt gevolgd door het openbaar geroep. Dit houdt in dat de verdachte direct na de feiten ondubbelzinnig wordt aangewezen als de pleger ervan door één of meerdere personen die ter plaatse waren. Dit kan door woorden maar ook door daden (aanwijzen, achtervolgen, vasthouden, …)

  • De verdachte wordt kort na de feiten onderschept en is in het bezit van goederen, materialen of documenten die doen vermoeden dat hij de (mede)dader is van de zojuist gepleegde feiten. Deze mogelijkheid wordt vaak gebruikt na de fouille van een verdachte van drugsmisdrijven, wanneer deze in het bezit wordt gevonden van drugs, verpakkingsmateriaal, geld of gsm’s.